“Ik ben BijdeBuren in Veenhuizen”

Steeds meer Drentse dorpen werken aan nieuwe vormen van naoberschap: Zorgzame Dorpen! BOKD heeft inmiddels een veertigtal dorpsinitiatieven in beeld. Zorgzame dorpen nemen verantwoordelijkheid voor de mensen in hun omgeving. In deze ‘inclusieve’ dorpen is aandacht voor nieuwe woonvormen, gezondheid, armoede, laaggeletterdheid, eenzaamheid, lief en leed en de samenhang daartussen.

BOKD wil de komende maanden de zichtbaarheid van de zorgzame dorpen vergroten en hun kennis vastleggen in verhalen. In het begin van de coronapandemie bleken deze dorpsinitiatieven rondom zorgen voor elkaar namelijk van grote toegevoegde waarde. Ze konden snel en adequaat hulp en ondersteuning bieden en organiseren. Kijk voor meer info op www.bokd.nl en www.drentsezorginitiatieven.nl.

Op woensdagochtend lijkt het rustig in het dorp Veenhuizen. Op het plein van de voormalige lagere school wijst een bord naar de ingang, aan de achterkant van het gebouw. Binnen zit een groep dames op leeftijd aan een keukentafel koffie te drinken. Een begeleidster houdt een gesprek gaande, de kachel brandt en direct springt de huiselijke inrichting in het oog. Een piano staat uitnodigend tegen een muur. Het is hier gezellig, ‘BijdeBuren’.

We voelden sterk de behoefte om iets te gaan doen

Aan het woord is Grietje Vording, één van de initiatiefnemers van dit project. De andere ‘buurvrouw’ is Saskia Schotman. Samen zijn zij de oprichters van Stichting BijdeBuren. Een stichting met als doel het bieden van dagbesteding aan inwoners van Veenhuizen, die hierdoor langer zelfstandig kunnen wonen.

“We hebben elkaar letterlijk leren kennen als buurvrouwen. We hebben beiden onze wortels ergens anders liggen, maar wonen inmiddels al langer dan 15 jaar in Veenhuizen. Het klikte tussen ons en we dronken regelmatig een kopje koffie bij elkaar. Onze gesprekken gingen al heel snel over het dorp. We voelden sterk de behoefte om iets te gaan doen, om de samenhang in Veenhuizen te bevorderen. Zo ontstonden voorzichtig ideeën waarin we elkaar helemaal vonden. Wij versterken elkaar, een soort yin en yang.”

“Onze naam zorgt weleens voor verwarring! Dan hangt iemand een briefje op bij de achterdeur: ‘ik ben BijdeBuren’. Die mevrouw is dan hier, maar er is weleens aangenomen dat ze op visite is bij haar buurvrouw.”

Het Pauperparadijs

Veenhuizen is een dorp met een bijzondere geschiedenis. Wie het boek of de theatervoorstelling ‘Het Pauperparadijs’ kent, weet dat hier vroeger geen doorsnee bevolking woonde. In Veenhuizen, oorspronkelijk een veenontginningsdorp, werden in 1823 drie gestichten gebouwd om weeskinderen te heropvoeden. Later werden er ook bedelaars en landlopers gehuisvest. Uiteindelijk zijn drie strafinrichtingen overgebleven.

Met deze wetenschap is het niet moeilijk te begrijpen dat er geen families generatie op generatie in Veenhuizen bleven wonen. Mensen die werkzaam waren bij de penitentiaire inrichting, kregen een ambtswoning toegewezen. Wanneer zij de pensioengerechtigde leeftijd hadden bereikt, verhuisden ze naar een andere plek. Op een gegeven moment woonden er relatief veel jonge gezinnen met kinderen, en heel weinig ouderen in Veenhuizen. Maar dat is aan het veranderen.

Geen historie met familielijnen

Grietje: “De inwoners komen uit het hele land, er is geen historie met familielijnen die ver teruggaan in de tijd, verbonden met Veenhuizen.” Saskia: “Wij vroegen ons af: wat kunnen wij doen om de leefbaarheid en samenhang in dit dorp te bevorderen. Met in het achterhoofd een leegstaand winkelpand, dat een eindje verderop staat.” Grietje: “We wilden een sociale winkel beginnen. Dames kunnen gaan haken, er is een sleutelkastje voor basisschoolkinderen die uit school hun huissleutel op kunnen halen, nadat ze een glaasje ranja hebben gekregen, medicijnen zouden er bezorgd en afgehaald kunnen worden. Een uitleenplek voor gereedschappen, groente uit de moestuin et cetera. En we zouden dan een beetje geld kunnen verdienen met bijvoorbeeld de verkoop van ijsjes. Geen dorpshuis, en ook niet alleen een ontmoetingsplek. We wilden echt wat extra’s bieden. Maar, de eigenaar van dat pand stond er niet positief tegenover.

Schoolgebouw kwam leeg

Juist in die tijd gingen beide basisscholen, christelijk en openbaar, samen in een nieuw onderkomen. Daarmee kwam het monumentale witte schoolgebouw leeg te staan. Saskia: “Al snel hadden we hier een oogje op. Centraal gelegen, al is dat een betrekkelijk begrip in dit langgerekte dorp, maar hier is min of meer het centrum. We kwamen in gesprek met Ad Hoc, die dit onderhoudt, en binnen een paar dagen was de handtekening onder het huurcontract gezet. Op 1 januari 2018 hadden we de beschikking over het voormalige kleuterlokaal. Binnen enkele weken was het ingericht. Alles wat hier staat, van fauteuil tot piano, van het Wedgewood servies tot het zilveren bestek, hebben we gekregen. De mensen wisten ons te vinden. Ze stonden achter ons initiatief, het werd direct op handen gedragen.”

“De mensen wisten ons te vinden. Ze stonden achter ons initiatief, het werd direct op handen gedragen.”

Grietje: “Doordat alle materialen werden gegeven door dorpsbewoners, werd er al direct een ‘wij’-gevoel gecreëerd. We hebben dat binnen een razend tempo weten te bewerkstelligen. En toen kwam de vraag: hoe komen de mensen nou hier? Op de eerste woensdag, dat is onze vrije dag, zaten we hier te wachten. We hadden van tevoren 400 flyers rondgebracht. Ook hebben we een ouderensoos bezocht en uitgelegd wat onze bedoeling was.”

Het dorp rond gegaan

Saskia is hier op die bewuste woensdagochtend gaan zitten, en ik ben het dorp rond gegaan. Veel mensen kennen mij als de vrouw van de boswachter. Ik belde letterlijk bij mensen aan en vroeg of ze zin hadden om met mij een kop koffie te gaan drinken, en een boterham eten. Als ze dan ja zeiden, nam ik ze mee hiernaartoe. Verschillende mensen wilden niet direct meekomen, maar kwamen een volgende keer. Of pas de zesde keer. Of kwamen helemaal niet, maar waardeerden het heel erg dat ik iedere week aan de deur kwam. Dat bevestigde het vermoeden dat ons initiatief in een behoefte voorzag! Zo gingen we van vier bezoekers op de eerste woensdag, naar achttien bezoekers drie maanden later.

Eén van de dames ging naar de dagbesteding in Norg en was daar stokongelukkig. Haar familie wilde graag dat ze hier zou komen, en dat hebben we geregeld. Ze komt nu iedere week hiernaartoe lopen met de rollator, de basisschoolkinderen kennen haar en zwaaien altijd. Dat is een heel belangrijke waarde, gezien en gekend worden.

Ook hebben we bij een weduwe aangebeld. Ze vond zichzelf te jong om deel te nemen. Maar ze noemde wel andere namen. Nadat ik vertrok, is zij toch op de fiets gestapt en ze zat hier toen ik terugkwam! Ze was een ontzettende goede ambassadeur voor ons.” Saskia: “Op een gegeven moment hadden we hier een statushoudster uit Eritrea, en die werd door die oude dame onder haar hoede genomen. Ze leerde haar bijvoorbeeld hoe je moest afwassen, hele basale dingen. De Eritrese dame had geen auto, en kwam nergens. Andere dames gingen met haar boodschappen doen. Zo kon ze ook contacten opdoen en Nederlands leren.”

Tegen de tijdsgeest van het individualisme in

“Wij bieden de gelegenheid om mensen met elkaar in contact te laten komen. Tegen de tijdsgeest van het individualisme in. Sommige dames kenden elkaar via de echtgenoten, die bij leven collega’s waren geweest. Hier zijn oude contacten aangehaald en versterkt.” Saskia: “Een mooi voorbeeld vind ik de vriendschap tussen twee dames met een leeftijdsverschil van zo’n tien jaar. Ze hebben elkaar hier leren kennen en hebben inmiddels samen de Nederlandse Veteranendag bezocht.”

Goed luisteren

Saskia en Grietje hebben zijn beide werkzaam in de zorg, Grietje ook in het sociaal cultureel werk. Ze zijn eraan gewend om te luisteren, zowel professioneel als van mens tot mens. En dat laatste bleek snel de grote waarde die aan hun initiatief gegeven werd.

Grietje: “Aanvankelijk hadden we een heel programma bedacht, met rummikub, blokgooien en andere spelletjes. Maar al snel gaf men aan daar geen behoefte aan te hebben. Ze zeiden “jullie luisteren tenminste”. Dat was al genoeg. En we dragen echt niet altijd een oplossing aan, maar ze voelen zich wel gehoord.”

Saskia: “Afgelopen zomer zijn we met de groep naar de pluktuin geweest, en binnenkort willen we naar de orchideeënhoeve. We houden best van wat reuring, maar hebben het liefste dat mensen spontaan langskomen. Dan is er weer een ander praatje.

‘Vandaag soep’, of ‘koffie met een verhaal’

Voordat corona intrede deed, hadden we een bord buiten: ‘BijdeBuren loop je achterom.’ Bij mooi weer zitten we buiten, onder die prachtige boom die twee keer per jaar bloeit. Vaak hadden we ook een bord bij de weg waarop stond ‘vandaag soep’, of ‘koffie met een verhaal’, en dan kwamen er spontaan fietsers langs. Toeristen kregen complete geschiedenislessen, ‘live’ van de oudste bewoners. Hoe mooi is dat?”

Creativiteit en aanpassen

De coronapandemie vraagt ook ‘BijdeBuren’ om creativiteit en aanpassingen. Grietje: “In coronatijd hadden wij ‘de rode draad’ bedacht. We hebben de opdracht gegeven om lapjes te haken. En iedere woensdag kwamen wij langs om een bolletje garen te brengen. Even een praatje maken, het lapje bekijken. Mensen brachten wol, en zo hadden wij weer wat om weg te geven. We kregen nieuwe bollen cadeau, omdat mensen ons initiatief zo waardeerden.”

Saskia: “We hebben ook andere dingen gedaan, soep gebracht, kaartjes, dat soort dingen. We wisselden IPads uit, zo konden mensen met elkaar beeldbellen. Er zijn in die eenzame periode warme vriendschappen ontstaan. Uiteindelijk gingen we weer open en konden we zelfs een beetje achterover leunen.”

Grietje: “We kregen inmiddels ook hulp van andere vrijwilligers. Maar het succes zit hier. We kunnen niet tegelijk op vakantie, maar wij leven voor hoe het moet. Wij zijn uitgerust met een extra antenne.”

Saskia: “Sinds kort zijn we ook twee keer per maand open op de maandagavond, van vier tot acht. En dan spreek je automatisch weer een ander publiek aan. Grietje: “We bieden dan een warme voedzame maaltijd aan. Het gaat om het samen eten. Eenzaamheid speelt vaak een rol, leeftijd maakt daarin niet uit. En dit tijdstip is handig. Je kunt na het werk komen, begint met een aperitief of koffie, dan het eten dat bestaat uit drie gangen. En dan heb je de avond nog. Dit hebben we nu twee keer gedaan. Niet met een te grote groep, we willen zorgvuldige aandacht kunnen geven. En krijgen we wel meer dan 20 personen te eten, dan gaan we naar twee keer in de maand.”

Niet in een hokje te stoppen

Het pand waarin ‘BijdeBuren’ gevestigd is, wordt anti-kraak gehuurd. Dat heeft voordelen, maar ook een andere kant. Er mogen geen aanpassingen gedaan worden aan het gebouw. En wanneer ze in aanmerking zouden komen voor geïndiceerde zorg, dan zijn de voorzieningen niet voldoende.

Grietje: “We liepen aan tegen het feit dat wij buiten de kaders werken en organiseren. We zijn niet in een hokje te stoppen. Het gaat vaak om mensen die toeleven naar meer zorg, maar daar nu nog niet aan toe zijn. Mede door ons initiatief, hulp van mantelzorgers, familie en buren, kunnen deze mensen langer in eigen omgeving blijven wonen. Eigenlijk lopen wij voor de muziek uit. Nederland is er nog niet op ingericht en het wordt nog niet gefinancierd. Maar de waarden waar het om draait, die hebben wij wel. Eigenlijk bieden wij menselijkheid in een periode van eenzaamheid of verwarring. Aandacht en warmte. En dat kan met beperkte middelen.”

Op zoek naar inkomstenbronnen

Saskia: “We hebben een stichting opgericht, zodat we subsidies konden aanvragen. Maar toen kwam corona, en naast dat het ook goede dingen heeft gebracht, hebben we daar gewoon last van.

Grietje: “Subsidieaanvragen stagneren momenteel. Ik ben daar wat naïef in gestapt. Er is een woud aan regels rondom subsidies. Saskia: “We hebben beide ook nog een baan en een gezin, en het combineren valt weleens tegen. Wij hebben zelf lange tijd de huur betaald. We geloven in ons product, en wij investeren erin. Gelukkig heeft Ouderenfonds Norg ons financieel geholpen.”

Toch hebben Grietje en Saskia ook andere inkomstenbronnen verzonnen. Zo maken de ouderen tassen, mutsen, sjaals en sokken, die worden verkocht bij het gevangenismuseum. Ze verhuren de ruimte aan de plaatselijke zangclub, of aan een theatergroep. Ook worden er taarten gebakken en verjaardagsfeesten voor de bezoekers verzorgd. Of een soepbuffet voor een wandelclub. En sinds kort huurt de huisarts uit Norg een lokaal om een wekelijks spreekuur te houden.

Saskia: “Onze ambitie is om nog meer open te gaan, ook in de avond. Zodat we ook een jongere leeftijdsgroep aanspreken. Je moet iets bieden waardoor het aantrekkelijk is om te komen, en daaruit voortkomend hef je iets op: bijvoorbeeld eenzaamheid. Het ligt soms erg gevoelig. Iemand zei hier laatst dat ze weleens denkt aan hoeveel lege momenten ze heeft in de week.”

Grietje: “We zouden nog meer naar buiten kunnen treden. Onze website is bijvoorbeeld nog niet helemaal klaar. Dat soort dingen blijven liggen. Maar in de afgelopen vier jaar haken steeds meer mensen aan, en zij bedenken ook nieuwe dingen. Zo hebben we vrijwilligers die voorlezen, een uurtje bewegen met de mensen, of pianospelen en zingen. We hebben nog plannen genoeg.” Saskia: “We zijn in ons eigen dorp aan de slag gegaan, als onderdeel van de gemeenschap. En we hebben geen seconde spijt!”

Interview en tekst: Annelies Langenburg in opdracht van BOKD.

VERDER LEZEN?

Lees ook de andere artikelen in de serie Zorgzame Dorpen