Gasteren Goed voor Elkaar

Steeds meer Drentse dorpen werken aan nieuwe vormen van naoberschap: Zorgzame Dorpen! BOKD heeft inmiddels een veertigtal dorpsinitiatieven in beeld. Zorgzame dorpen nemen verantwoordelijkheid voor de mensen in hun omgeving. In deze ‘inclusieve’ dorpen is aandacht voor nieuwe woonvormen, gezondheid, armoede, laaggeletterdheid, eenzaamheid, lief en leed en de samenhang daartussen.

BOKD wil de komende maanden de zichtbaarheid van de zorgzame dorpen vergroten en hun kennis vastleggen in verhalen. In het begin van de coronapandemie bleken deze dorpsinitiatieven rondom zorgen voor elkaar namelijk van grote toegevoegde waarde. Ze konden snel en adequaat hulp en ondersteuning bieden en organiseren. Kijk voor meer info op www.bokd.nl en www.drentsezorginitiatieven.nl.

“De inwoners zo lang mogelijk in hun eigen omgeving te laten wonen”

De lidmaatschapskaarten liggen klaar, vers van de pers. En de nieuwe flyers met informatie over Gasteren Goed voor Elkaar worden binnenkort huis-aan-huis bezorgd, met daarin de vraag om lid te worden van deze pas opgerichte vereniging. Het initiatief bestaat al even, maar is in 2021 omgezet naar een vereniging.

Arno Klee is al negen jaar voorzitter van dorpshuis, maar ook sinds een paar maanden voorzitter van ‘Vereniging Gasteren Goed voor Elkaar’. Hij is één van de initiatiefnemers. Samen met Herman Roepman vertelt hij hoe het initiatief tot stand is gekomen.

“Waak ervoor dat je niet het bestaande naoberschap ondermijnt.”

Arno: “Als voorzitter van het dorpshuis kwam ik in aanraking met de BOKD, en op een gegeven moment kwam ik informatie tegen over zorgzame gemeenschappen. Dat sprak mij erg aan, maar ik had nog geen kapstok waar ik dat aan op kon hangen. Toen kwam het dorp Gees met iets vergelijkbaars, met als doelstelling ‘de inwoners zo lang mogelijk in hun eigen omgeving te laten wonen’. Dat vond ik een mooie kapstok. Ik heb toen een oproep geplaatst op de webstek. En daar kwamen verschillende reacties op. We zijn nu met z’n vieren, en we kunnen het prima runnen.”

Niet aanbodgericht, maar vraaggestuurd

Herman: “We zijn begonnen met de vraag: wat wil je gaan doen? En dan niet aanbodgericht, maar vraaggestuurd. We zijn ons gaan oriënteren in Gees, hebben gangbare initiatieven en activiteiten bekeken. Daaruit hebben een programma gedestilleerd waarvan wij dachten dat het hier wel zou aanslaan. Een vervoersdienst, het afhalen van medicijnen, een klussendienst, en in tweede instantie een huiskamer en dorpsloket. En met die ideeën in het achterhoofd hebben we interviews gehouden met een aantal bewoners. Mensen waarvan wij dachten dat we het daarvoor zouden moeten gaan doen. En daar kwam uit: “waak ervoor dat je niet het bestaande naoberschap ondermijnt.”

“Er bleek behoefte aan samenkomen en ontmoeten. Er zijn in Gasteren veel activiteiten, maar er is geen laagdrempelige inloopplek. En daar zou behoefte aan zijn. Er bestonden in andere dorpen ook al zogenaamde huiskamers, we hebben gezegd daar beginnen we mee, en we gaan kijken wat de respons is. Het gaat erom dat je in een behoefte voorziet.” Arno: “We hebben ook in de keuken gekeken van Gasselternijveen. Dat is groter, 1800 inwoners tegenover 400 inwoners in Gasteren.”

Waar terecht met een hulp vraag

Dorpsbelangen Gasteren vertegenwoordigt de belangen van de inwoners van Gasteren, en stimuleert de onderlinge contacten tussen de verschillende verenigingen en organisaties. Een actieve groep mensen, waarbij de jaarvergadering van Dorpsbelangen een uitgelezen plek was om de nieuwe plannen te presenteren. Het advies dat Dorpsbelangen gaf was duidelijk: “Ga voorzien in een behoefte. Het eerste aanspreekpunt bij een hulpvraag is familie, dan de buren, en dan pas jullie.”

Herman: “En dat is ook zo. Dat naoberschap moet je koesteren en niet ondermijnen. Dat hebben we in onze communicatie ook duidelijk aangegeven. We zijn geen commercieel bureau. Maar wij verlenen hulp in noodgevallen, of wanneer iemand er zelf gewoon niet meer uit kan komen. Echt een sociaal vangnet. In de praktijk blijkt het ook zo te werken. We krijgen geen verzoeken van mensen waarvan we denken, goh, had je dat nou niet makkelijk met je kinderen of buren kunnen regelen? Dat stadium is dan al voorbij.”

Vervangend naoberschap

Arno: “We zijn een soort vervangend naoberschap. Op een gegeven moment gaat de persoon de volgende keer niet ‘Gasteren Goed voor Elkaar’ bellen, maar rechtstreeks met de vrijwilliger die hulp heeft verleend. Er is dan een nieuw contact gelegd. ‘Ontmoeten en verbinden’ zijn de kernwoorden. We hadden als startnaam ‘zorgzaam Gasteren’, maar ‘zorg’ voeren wij niet uit. Dat laten wij over aan andere instanties. Wij zijn ‘welzijn’. En wij hadden al een welzijnsding in de wintermaanden: ‘samen koken, samen eten’.

Dorpshuis heeft spilfunctie

Arno: ”Het dorpshuis is tien jaar geleden verbouwd, er zit een professionele keuken in, daar maken we gebruik van met zestien mensen.  Onze collega Els is professioneel kok geweest, en ik ben hobbykok. Wij denken de menu’s uit. En wij hebben die activiteit nu onder de paraplu gebracht van ‘Gasteren goed voor elkaar’.”

Het multifunctionele dorpshuis in Gasteren wordt intensief gebruikt. Sportvereniging de Rietvogels organiseert volleybal en aerobics, er is biljarten, yoga, en naast de sporthal een kantine en vergaderzaal. Er zijn weinig dagen waarop er niets te doen is.

“Er zijn weinig dagen waarop er niets te doen is”

“Helaas heeft de beheerder besloten te stoppen vanwege te weinig inkomsten. Wij willen het nu gaan inrichten op vrijwilligersbasis. Met die organisatie zijn we nu bezig, maar het dorpshuis staat los van ‘Gasteren Goed voor Elkaar’.”

Veel animo voor vrijwilligerswerk

Herman: “Na de interviews met de bewoners hebben we een bewonersvergadering georganiseerd. Daar hebben we zaken uiteengezet en gevraagd of er mensen als vrijwilliger iets wilden doen. Toen hadden we gelijk zo’n 24 namen.” Herman: “De belasting van de vrijwilligers is niet groot. Wanneer het je niet ligt of niet past, dan kun je de beurt aan een ander geven.

Arno: “We hebben nu 34 vrijwilligers op de lijst staan. Daar zijn ook mensen bij die nog nooit ingezet zijn, maar die laten we af en toe wel weten dat we aan ze denken. In feite komt het op een paar mensen neer. We hebben ook geen honderden aanvragen. De hulpvraag komt binnen, we gaan kijken wie wat zou kunnen doen, leggen het contact, gaan het koppelen en maken een afspraak. Later wordt gerapporteerd; hoe is het gegaan, is het afgerond.”

“Iemand die maandelijks naar de fysio moet, legt de vraag niet meer bij ons neer maar blijft contact houden met de vrijwilliger.”

“We kregen eerst 15 à 20 vragen per jaar. En iemand die maandelijks naar de fysio moet, legt de vraag niet meer bij ons neer maar blijft contact houden met de vrijwilliger. Helemaal prima, dat is precies de bedoeling.“

Goede contacten met gemeente en Welzijn

Herman: “Naast de naoberhulp hebben wij ook De Huiskamer opgestart. We zijn naar Gemeente Aa en Hunze en naar Impuls (welzijnswerk) gestapt, met de vraag of ze daar wat in zagen en wilden meewerken. En dat heeft vanaf het begin goed gelopen. Dat voorzag blijkbaar in een behoefte.” Arno: “We worden daarbij ondersteund door Jeannet Darwinkel, buurtwerker van Impuls, en daar zijn we erg blij mee. Zij zit altijd bij de tweewekelijkse huiskamer.“

Met de Gemeente Aa en Hunze zijn de contacten goed. De contactfunctionaris is enthousiast over de initiatieven in Gasteren en ook financieel weet hij er een mouw aan te passen. De start is vergemakkelijkt met een subsidie van de gemeente, maar er kon ook worden meegelift op een subsidie uit het Oranjefonds. Hiermee kon De Huiskamer opgezet worden. Deze subsidie is inmiddels afgelopen, maar de gemeente heeft toegezegd de huur van het dorpshuis te gaan betalen ten behoeve van De Huiskamer.

Herman: “We kijken nog naar samenwerking met de ouderenconsulent van de huisartsenpraktijk. We zijn Annen-georiënteerd, maar er zijn ook veel mensen die in een ander dorp naar de huisarts gaan. Daardoor is het wel wat versnipperd. Maar wanneer een huisarts met ons contact opneemt, zullen wij iemand bezoeken.” Arno: “We hebben ook folders bij de sportschool neergelegd, nu een testcentrum.”

Praktische hulpvragen

Inmiddels zijn er verschillende dorpsbewoners geholpen. Vanuit een praktische hulpvraag volgt regelmatig een volgende vraag, en blijft de hulp niet bij één keer. Arno: “Een mevrouw had bepaalde wensen met betrekking tot het aanleggen van glasvezel, daar hebben we bij geholpen. Maar haar man is dementerend, en dat geeft in huis weleens praktische problemen. Dan los ik dat ook op. Een andere mevrouw, behoorlijk dementerend, had behoefte aan gezelschap. Ze wilde graag Friese liedjes zingen. Onze vrijwilliger heeft in coronatijd Friese kinderliedjes op Youtube opgezocht, en is dat buiten met haar gaan zingen.
En één van de oudste bewoners van Gasteren bezocht graag de koffieochtend, maar werd lichamelijk minder. Ze wordt nu opgehaald, maar er komt ook regelmatig iemand bij haar koffiedrinken of een potje rummikub spelen. Er zijn nu vijf buurtbewoners die haar opvangen. Een prachtig voorbeeld van naoberschap.“ Herman: “Soms verwijzen wij iemand door naar andere organisaties. Dan wordt het te professioneel. Dan hebben wij een signaleringsfunctie.”

Pragmatisch te werk

Het bestuur van Gasteren Goed voor Elkaar gaat pragmatisch te werk, zoals Herman en Arno zelf aangeven. Zij kunnen snel iets starten en uitvoeren, maar soms wordt ook besloten om iets stop te zetten. Zo was een contactpersoon namens Attenta bij De Huiskamer aanwezig om laagdrempelig informatie te kunnen geven. Hier bleek geen behoefte aan te zijn, dus dit loket is niet meer aanwezig.

Herman: “Het programma van de activiteiten in De Huiskamer wordt bedacht en uitgewerkt door eigen mensen. We hebben middagen waar de eigenaar van een boekwinkel te gast is, of er wordt iets verteld over de natuur rond ons dorp.

De Huiskamer ging dicht vanwege corona, maar toen stopte ook de subsidieperiode. We hebben weinig kosten gehad, maar willen nu wel inkomsten genereren. Voor de activiteiten en de consumpties van De Huiskamer gaan we een klein bedrag vragen. Daar heeft men alle begrip voor.

We werken samen in een team zonder hiërarchie. We flyeren zelf, maken de printjes enzovoort. Het is geen dagtaak. We hebben net een vereniging opgericht. We hebben het aangekondigd en een oprichtingsvergadering gehad. De ledenkaart is gedrukt, we moeten nu nog de boer op.”

Bewust gekozen voor een vereniging

Arno: “We hebben bewust gekozen voor een vereniging in plaats van een stichting. We willen onze leden uitdrukkelijk betrekken bij de besluitvorming. Voor, door en met de leden. Dus zeggenschap en betrokkenheid. En we willen verantwoording af kunnen leggen aan de bevolking. We hopen zo de betrokkenheid van de bevolking van Gasteren te kunnen waarborgen.“

“Voor, door en met de leden. Dus zeggenschap én betrokkenheid.”

Op de vraag of het bestuur tegen bepaalde moeilijkheden aanloopt, moeten de heren even nadenken. Arno: “We stellen onszelf weleens de vraag: ‘bereiken we alle mensen die ons nodig hebben?” Herman: “Zijn er dingen die wij niet waarnemen, maar waar wel behoefte bestaat. We hebben een flyer met vragen rondgebracht. Maar mensen reageren soms niet, je bent er nooit zeker van of je iedereen bereikt.”

Arno: “ Wij komen als bestuur één keer per maand bij elkaar en stellen onszelf de vraag wat wij kunnen doen om de probleemgevallen te vinden. De eenzame mensen. Het blijft belangrijk met de dorpsbewoners te praten om draagvlak te krijgen, behoeftes te inventariseren en zo direct vrijwilligers te werven. Het mes snijdt aan drie kanten!”

Interview en tekst: Annelies Langenburg in opdracht van BOKD

VERDER LEZEN?

Lees ook de andere artikelen in de serie Zorgzame Dorpen